Japanse aardappel
Terug naar 'wonen, tuin en dieren'
| CROSNES of Japanse aardappels zijn kleine spiraalvormige knolletjes die op een garnaal lijken. Het zijn knolletjes van de Japanse andoorn. De plant komt oorspronkelijk uit Centraal- en Noord-China. In Japan en India wordt hij nog steeds grootschalig geteeld. Maar ook in Frankrijk weet men de lekkere smaak te waarderen en wordt de crosnes hier en daar nog steeds geteeld.
Smaak: De smaak van deze decoratieve groente heeft iets weg van nieuwe aardappelen. Dit is de reden dat de crosne ook Japanse aardappel wordt genoemd. Sommigen vinden het een kruising tussen bloemkool, artisjok en schorseneer. Verkrijgbaarheid: Best lastig. Soms in Turkse of Marrokaanse winkel, op biologische markten en op de oosterse markt in Beverwijk. Teelt: Op zich vrij gemakkelijk. Plant een paar knolletjes in goed losgemaakte grond ca. 5 cm diep en 10 cm uit elkaar. De planten worden ca. 50 cm hoog. Laat groeien tot oktober en oogst dan naar behoefte tot maart. De knollen zijn vorstbestendig en kunnen dus in de grond blijven. In de keuken: Crosnes kunnen bereid worden als krielaardappeltjes en zijn dus geschikt voor koken, bakken of frituren. De kleine knolletjes, waar zand aan kan zitten, moeten enkele malen grondig worden gewassen in ruim water. Verwijder een stukje van de onderkant en borstel ze eventueel schoon als wassen niet voldoende is. In Frankrijk en Duitsland (waar de plant "Knollenziest" heet) geldt crosnes als een lekkernij. Rauw geraspt als een salade smaken de knolletjes noot-achtig. Ze kunnen ook worden geroosterd en vormen dan een lekkere snack. Kort bakken in wat boter schijnt ook zeer lekker ze zijn. Verder kunnen allerlei recepten, die voor asperges gebruikt worden ook op crosnes toegepast worden. Bron: leylant |
Terug naar 'wonen, tuin en dieren'

